Bijtelling voor ondernemers
Voor ondernemers is de auto vaak één van de grootste zakelijke uitgaven. In dit onderdeel lees je meer over de bijtelling voor een auto van de zaak, het aftrekken van autokosten, de keuze tussen zakelijk of privé rijden en het overzetten van een auto van de onderneming naar privé. Ook behandelen we de fiscale gevolgen van een zakelijke auto voor zzp'ers, eenmanszaken, vof's en andere ondernemers.
Vragen:
Ondernemers & bijtelling
Geldt de bijtelling ook voor ondernemers? Niet alleen werknemers kunnen te maken krijgen met een bijtelling. Ook ondernemers die zakelijk rijden kunnen een bijtelling krijgen wanneer zij een auto van de zaak privé gebruiken.
Bij ondernemers wordt de bijtelling niet verwerkt via de loonbelasting, maar via de winst uit onderneming. Binnen de inkomstenbelasting wordt dit ook wel een onttrekking genoemd.
Voor welke ondernemers geldt dit?
Deze regeling geldt onder andere voor:
- Ondernemers met een eenmanszaak
- ZZP'ers
- Firmanten binnen een vennootschap onder firma (vof)
- Maten binnen een maatschap
Voor deze ondernemers geldt een bijtelling wanneer:
- De auto tot het ondernemingsvermogen behoort;
- Geen uitzondering van toepassing is;
- Niet kan worden aangetoond dat minder dan 500 kilometer per jaar privé wordt gereden.
Hoe werkt de bijtelling in de praktijk?
Als ondernemer mag je in eerste instantie alle autokosten ten laste van de winst brengen.
Denk hierbij aan:
- Brandstofkosten
- Onderhoudskosten
- Verzekeringen
- Motorrijtuigenbelasting
- Afschrijvingen
- Financieringskosten
Vervolgens wordt de winst verhoogd met de bijtelling voor het privégebruik van de auto.
Hierdoor wordt een deel van het fiscale voordeel gecorrigeerd.
Bijtelling kan beperkt blijven tot de werkelijke autokosten
Voor ondernemers geldt een bijzondere regeling.
Wanneer de totale autokosten lager zijn dan de berekende bijtelling, wordt de bijtelling beperkt tot het bedrag van de werkelijke autokosten.
Hierdoor kan de bijtelling nooit hoger uitvallen dan het bedrag dat daadwerkelijk ten laste van de winst is gebracht.
Auto privé houden als alternatief
Bij aankoop of financial lease van een auto die zowel zakelijk als privé wordt gebruikt, kan een ondernemer er vaak ook voor kiezen om de auto privé te houden.
In dat geval:
- Ontstaat geen bijtelling;
- Zijn de werkelijke autokosten niet aftrekbaar;
- Mag voor zakelijke ritten een kilometervergoeding worden toegepast.
In 2026 bedraagt deze vergoeding maximaal:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Welke keuze het meest voordelig is, hangt af van het aantal zakelijke kilometers, de autokosten en het privégebruik.
Voorbeeld van een bijtelling voor een ondernemer
Voorbeeldberekening
Ondernemer Erkan rijdt in een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 36.800.
In 2026 rijdt hij meer dan 500 kilometer privé met deze auto.
De berekende bijtelling bedraagt:
- 22% van € 36.800 = € 8.096
In datzelfde jaar heeft Erkan echter slechts € 6.900 aan autokosten ten laste van zijn winst gebracht.
Omdat de autokosten lager zijn dan de berekende bijtelling, wordt de bijtelling beperkt tot:
- € 6.900
De winst wordt dus verhoogd met € 6.900 in plaats van € 8.096.
Samenvatting
Ondernemers kunnen net als werknemers te maken krijgen met een bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak. De bijtelling wordt verwerkt via de winst uit onderneming. Een belangrijk verschil is dat de bijtelling voor ondernemers nooit hoger kan zijn dan de werkelijke autokosten die ten laste van de winst zijn gebracht.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en ondernemingsvermogen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Privéauto of auto van de zaak? Als ondernemer kun je ervoor kiezen om een auto tot het ondernemingsvermogen te rekenen of deze privé te houden.
Wanneer je de auto privé houdt, zijn de meeste autokosten niet rechtstreeks aftrekbaar van de winst.
Dit geldt onder andere voor:
- Brandstofkosten
- Onderhoudskosten
- Verzekeringskosten
- Motorrijtuigenbelasting
- Afschrijvingskosten
- Reparatiekosten
Deze kosten blijven in dat geval voor eigen rekening.
Kilometervergoeding voor zakelijke ritten
Gebruik je jouw privéauto voor zakelijke ritten, dan mag je hiervoor een vast bedrag per zakelijke kilometer aftrekken van de winst.
In 2026 bedraagt deze vergoeding maximaal:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Deze vergoeding is bedoeld als compensatie voor alle autokosten die je privé maakt.
Houd een kilometeradministratie bij
Om de zakelijke kilometers te kunnen onderbouwen, is een goede administratie belangrijk.
Leg daarom per zakelijke rit minimaal vast:
- Datum
- Vertrekadres
- Bestemmingsadres
- Aantal gereden kilometers
- Zakelijk doel van de rit
Met deze gegevens kun je aantonen hoeveel zakelijke kilometers daadwerkelijk zijn gereden.
Hoe zit het met de btw?
Een auto die privé wordt gehouden, hoeft niet automatisch buiten de btw-regels van de onderneming te vallen.
Wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan, kan in bepaalde situaties toch btw worden teruggevraagd.
Daarbij is onder andere van belang dat facturen op naam van de onderneming staan.
De btw-regels rondom auto's zijn vaak complex. Laat daarom vooraf beoordelen welke mogelijkheden in jouw situatie gelden.
Bestelauto en fiscale regelingen
Bij bestelauto's kunnen soms aanvullende fiscale voordelen van toepassing zijn.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Historische bpm-vrijstellingen voor ondernemers;
- Een lager motorrijtuigenbelastingtarief voor bepaalde bestelauto's.
Welke regelingen van toepassing zijn, hangt af van het voertuig en de geldende wetgeving.
Geen recht op investeringsaftrek
Een belangrijk verschil met een auto van de zaak is dat een privéauto niet tot het ondernemingsvermogen behoort.
Daardoor kun je voor een privéauto doorgaans geen gebruikmaken van fiscale investeringsregelingen zoals:
- Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA);
- Andere investeringsfaciliteiten die gekoppeld zijn aan ondernemingsvermogen.
Samenvatting
Houd je als ondernemer een auto privé, dan zijn de werkelijke autokosten niet aftrekbaar van de winst. Voor zakelijke ritten mag je wel een vaste kilometervergoeding toepassen van maximaal € 0,23 per kilometer. Daarnaast kunnen in bepaalde situaties btw-regels van toepassing zijn, maar investeringsaftrek voor een privéauto is doorgaans niet mogelijk.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom ondernemingsvermogen, autokosten en btw kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Een belangrijke keuze voor ondernemers: wanneer je als ondernemer een auto koopt of via financial lease financiert, moet je een belangrijke keuze maken.
Zet je de auto op de zaak of houd je deze privé?
Deze keuze heeft invloed op onder andere de aftrek van autokosten, de bijtelling, eventuele fiscale voordelen en de administratieve verplichtingen.
Wat gebeurt er bij een auto van de zaak?
Wanneer je de auto tot het ondernemingsvermogen rekent, mag je in principe alle autokosten ten laste van de winst brengen.
Denk hierbij aan:
- Brandstof
- Onderhoud
- Verzekeringen
- Motorrijtuigenbelasting
- Afschrijvingen
- Financieringskosten
Gebruik je de auto ook privé en rijd je meer dan 500 kilometer per jaar privé, dan krijg je meestal te maken met een bijtelling.
Wat gebeurt er bij een privéauto?
Houd je de auto privé, dan zijn de werkelijke autokosten niet aftrekbaar van de winst.
Voor zakelijke ritten mag je wel een vaste kilometervergoeding toepassen.
In 2026 bedraagt deze vergoeding maximaal:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Een voordeel van een privéauto is dat je geen bijtelling krijgt voor privégebruik.
Welke factoren bepalen wat voordeliger is?
Er bestaat geen standaardantwoord op de vraag of een auto van de zaak of een privéauto voordeliger is.
Dat hangt af van verschillende factoren, waaronder:
- Het aantal zakelijke kilometers per jaar;
- Het aantal privékilometers per jaar;
- De totale autokosten;
- De cataloguswaarde van de auto;
- De hoogte van een eventuele bijtelling;
- Beschikbare fiscale regelingen of subsidies.
Daarom is een persoonlijke berekening vaak noodzakelijk.
Wanneer is een auto van de zaak vaak voordeliger?
In de praktijk blijkt een auto van de zaak vaak aantrekkelijker wanneer relatief veel privékilometers worden gereden.
Omdat alle autokosten zakelijk kunnen worden verwerkt, kan dit fiscaal gunstig uitpakken.
Wel moet rekening worden gehouden met de bijtelling voor privégebruik.
Wanneer is een privéauto vaak voordeliger?
Een privéauto kan juist interessant zijn wanneer veel zakelijke kilometers worden gereden en de kilometervergoeding daardoor aanzienlijk wordt.
Daarnaast speelt mee dat geen bijtelling verschuldigd is.
Voor sommige ondernemers kan dit financieel aantrekkelijker zijn dan een auto op de zaak.
Verschil tussen eenmanszaak en bv
Voor ondernemers in de inkomstenbelasting, zoals zzp'ers en ondernemers met een eenmanszaak, bestaan soms extra mogelijkheden.
In bepaalde situaties kan een auto voor de inkomstenbelasting privé worden gehouden, terwijl voor de btw toch gebruik wordt gemaakt van zakelijke regelingen.
Hierdoor kan onder voorwaarden btw worden teruggevraagd zonder dat een bijtelling ontstaat.
Voor directeur-grootaandeelhouders (dga's) van een bv gelden vaak andere regels en zijn deze mogelijkheden beperkter.
Hoe zit het met een bestelauto?
Bij een bestelauto kan de afweging anders uitpakken.
Voor ondernemers met een eenmanszaak of vof kunnen fiscale voordelen zoals btw-aftrek een rol spelen.
Daarnaast gold voor veel bestelauto's uit eerdere jaren een bpm-vrijstelling voor ondernemers.
Omdat de bijtelling wordt berekend over de cataloguswaarde inclusief btw en bpm, kan een privé bestelauto in sommige situaties aantrekkelijk zijn.
Daar staat tegenover dat investeringsaftrek bij een privéauto meestal niet mogelijk is.
Laat altijd een berekening maken
De keuze tussen een auto van de zaak en een privéauto is sterk afhankelijk van jouw persoonlijke situatie.
Een berekening op basis van jouw kilometers, autokosten en fiscale positie geeft vaak het beste inzicht in de voordeligste keuze.
Samenvatting
Of een auto van de zaak of een privéauto voordeliger is, verschilt per ondernemer. Factoren zoals het aantal zakelijke kilometers, de hoogte van de autokosten, de bijtelling en fiscale regelingen spelen hierbij een belangrijke rol. Een persoonlijke berekening biedt meestal de meest betrouwbare uitkomst.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom ondernemingsvermogen, bijtelling en autokosten kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Kun je een auto van de zaak naar privé overboeken? Voor ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap geldt dat bij aanschaf van een auto meestal direct een keuze moet worden gemaakt.
De auto wordt dan aangemerkt als:
- Ondernemingsvermogen (auto van de zaak)
- Privévermogen (privéauto)
Deze keuze wordt normaal gesproken gemaakt in het jaar van aanschaf van de auto of bij de start van de onderneming.
Mag je deze keuze later wijzigen?
In de meeste gevallen niet.
Wanneer een auto eenmaal als ondernemingsvermogen of privévermogen is aangemerkt, kan deze keuze meestal niet zomaar worden aangepast.
Daarom is het verstandig om vooraf goed te kijken naar:
- Het verwachte aantal zakelijke kilometers;
- Het verwachte aantal privékilometers;
- De autokosten;
- De fiscale gevolgen gedurende de gehele gebruiksperiode van de auto.
Wanneer is een wijziging wel mogelijk?
Een wijziging van zakelijk naar privé of andersom is meestal alleen toegestaan wanneer sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden.
Een wijziging van de bijtelling alleen is daarvoor doorgaans onvoldoende.
Verandering van gebruik
Een voorbeeld van een situatie waarin een wijziging mogelijk kan zijn, is wanneer een auto die eerst zowel zakelijk als privé werd gebruikt voortaan uitsluitend privé wordt gebruikt.
In dat geval kan de auto onder voorwaarden van het ondernemingsvermogen naar het privévermogen worden overgebracht.
Verkoop aan een partner
In sommige situaties kan een ondernemer ervoor kiezen de auto aan zijn of haar partner te verkopen.
Hierdoor kan de auto buiten het ondernemingsvermogen komen te vallen.
Deze mogelijkheid bestaat echter niet altijd.
Gemeenschap van goederen
Wanneer sprake is van een huwelijk in gemeenschap van goederen, is een dergelijke overdracht vaak niet mogelijk omdat de auto juridisch al tot het gezamenlijke vermogen behoort.
Hoe werkt dit bij een bv?
Voor een directeur-grootaandeelhouder (dga) gelden andere regels.
Een bv is namelijk een afzonderlijke rechtspersoon.
Daardoor kan een bv een auto verkopen aan de directeur in privé.
Verkoop inclusief btw
Bij een verkoop vanuit de bv wordt doorgaans btw berekend.
De directeur kan deze btw als particulier meestal niet terugvragen.
Dit kan gevolgen hebben voor de uiteindelijke kosten van de overdracht.
Wijziging van wetgeving
In sommige gevallen kan een wijziging van wetgeving aanleiding geven om een eerder gemaakte keuze opnieuw te beoordelen.
Een voorbeeld hiervan is de aanpassing van de leeftijdsgrens binnen de youngtimerregeling.
Deze wijziging wordt in de praktijk vaak gezien als een ingrijpende wetswijziging die invloed kan hebben op de fiscale behandeling van een auto.
Laat vooraf een berekening maken
Het overzetten van een auto van de zaak naar privé kan fiscale gevolgen hebben voor onder andere:
- De inkomstenbelasting;
- De btw;
- De bijtelling;
- Eventuele investeringsaftrek uit het verleden.
Daarom is het verstandig om vooraf een berekening te laten maken voordat een wijziging wordt doorgevoerd.
Samenvatting
Een auto van de zaak kan niet zomaar naar privé worden overgezet. Voor ondernemers geldt dat de keuze tussen ondernemingsvermogen en privévermogen meestal bij aanschaf wordt gemaakt. Alleen bij bijzondere omstandigheden of ingrijpende wijzigingen kan een herziening mogelijk zijn. Voor dga's van een bv gelden daarbij andere regels dan voor ondernemers in de inkomstenbelasting.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom ondernemingsvermogen, btw en bijtelling kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Bijtelling: algemene regels en privégebruik
In dit onderdeel vind je de belangrijkste vragen over de bijtelling van een auto van de zaak. Denk aan de hoogte van de bijtelling, de cataloguswaarde, rittenregistratie, privégebruik, de 500-kilometergrens en de regels voor bestelauto's. Ook onderwerpen zoals woon-werkverkeer, de verklaring geen privégebruik auto en de controle van een rittenregistratie door de Belastingdienst komen aan bod.
Vragen in dit blok:
- Wanneer geldt er een bijtelling voor de auto van de zaak?
- Hoe hoog is de bijtelling in 2026?
- Over welk bedrag bereken je de bijtelling?
- Hoe wordt de catalogusprijs vastgesteld?
- Welke overgangsregeling geldt er voor de bijtelling?
- Wanneer valt een bestelauto niet onder de bijtelling?
- Welke bestelauto's zijn uitsluitend geschikt voor goederenvervoer?
- Is de vergoeding voor privégebruik aftrekbaar?
- Kan ik zorgen dat ik geen bijtelling krijg?
- Hoe moet een sluitende rittenregistratie eruit zien?
- Hoe controleert de Belastingdienst mijn rittenregistratie?
- Wat is een verklaring geen privégebruik auto?
- Kan ik mijn bestelauto ook zonder rittenregistratie rijden?
- Is mijn woon-werkverkeer privé of zakelijk?
- Bijtelling bij een auto van de zaak voor een deel van het jaar
Privégebruik & algemene regels
Wat is bijtelling? De term 'bijtelling' wordt gebruikt voor de fiscale waardering van het privégebruik van een auto van de zaak. De Belastingdienst ziet dit privégebruik als een vorm van loon of inkomen. Daarom wordt een deel van de waarde van de auto bij het inkomen of de winst opgeteld.
Krijg je een auto ter beschikking van je werkgever, dan krijg je in principe te maken met een bijtelling voor het privégebruik van die auto. Daarbij maakt het geen verschil of de werkgever de auto heeft gekocht of via lease gebruikt. De bijtelling wordt bij werknemers opgeteld bij het belastbare loon. Over dit bedrag worden loonbelasting en premies afgedragen.
Bijtelling voor ondernemers
Ook ondernemers kunnen te maken krijgen met een bijtelling. Dit geldt wanneer de auto tot het ondernemingsvermogen behoort en dus op de balans van de onderneming staat.
In dat geval zijn de autokosten in principe aftrekbaar van de winst. Gebruik je de zakelijke auto daarnaast ook privé, dan wordt een deel van deze aftrek gecorrigeerd. Dit gebeurt door een privéonttrekking, ook wel de bijtelling genoemd, bij de winst op te tellen.
Zijn er uitzonderingen?
Zoals bij veel fiscale regels bestaan er ook bij de bijtelling uitzonderingen en tegenbewijsregelingen. Hier gaan we in andere artikelen binnen deze kennisbank uitgebreider op in.
Voor vrachtauto's, motorfietsen en sommige andere voertuigen gelden bovendien afwijkende regels. De bijtelling wordt daarbij niet altijd vastgesteld op basis van een vast percentage, maar kan afhankelijk zijn van het daadwerkelijke privégebruik.
Als de werkgever alle autokosten vergoedt
Het kan voorkomen dat je als werknemer zelf eigenaar bent van de auto, terwijl jouw werkgever vrijwel alle autokosten vergoedt. Denk hierbij aan:
- Brandstof
- Onderhoud
- Verzekering
- Financieringskosten
In dat geval kan de Belastingdienst alsnog oordelen dat sprake is van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto. Hierdoor kan alsnog een bijtelling van toepassing zijn.
Uitzondering op de vergoeding
Een uitzondering geldt wanneer de vergoeding niet hoger is dan € 0,23 per zakelijke kilometer.
Een privéleasecontract in combinatie met een mobiliteitsbudget valt in principe buiten de bijtellingsregeling.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving kan wijzigen en de fiscale gevolgen verschillen per situatie. Neem daarom altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur voor advies dat aansluit bij jouw persoonlijke situatie.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wat is het standaard bijtellingspercentage? Voor de meeste auto's geldt in 2026 een standaard bijtelling van 22% van de cataloguswaarde. Dit percentage geldt voor auto's met een datum eerste toelating vanaf 2017.
Bij uitzonderlijk veel privégebruik kan de Belastingdienst een hoger percentage hanteren. De bewijslast hiervoor ligt echter bij de Belastingdienst.
Bijtelling voor elektrische auto's
Voor volledig elektrische auto's geldt in 2026 een lagere bijtelling. In de wet is dit geregeld via een korting van 4 procentpunten op het standaardtarief van 22%.
Deze korting geldt voor de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde. Over het deel boven deze grens geldt het normale bijtellingspercentage.
Voor waterstofauto's en zonnecelauto's geldt deze korting over de volledige cataloguswaarde.
Overgangsregeling voor oudere auto's
Voor auto's uit eerdere jaren geldt een overgangsregeling. Wanneer de overheid de bijtellingsregels wijzigt, blijft het oorspronkelijke bijtellingspercentage meestal nog gelden gedurende de eerste 60 maanden na de datum van eerste toelating.
De datum eerste toelating is de datum waarop het kenteken voor het eerst is geregistreerd, in Nederland of in het buitenland.
Deze datum vind je op het kentekenbewijs of via het kentekenregister van de RDW.
Kan de bijtelling voor elektrische auto's veranderen?
Ja. De overheid beoordeelt regelmatig of de fiscale stimulering van elektrische auto's nog noodzakelijk is.
Hierdoor kunnen de bijtellingsregels voor nieuwe auto's in de toekomst worden aangepast. Dit wordt ook wel de 'hand aan de kraan'-regeling genoemd.
Voor bestaande auto's blijven vaak overgangsregelingen gelden.
Bijtelling voor oldtimers en youngtimers
Voor auto's van 16 jaar of ouder geldt een afwijkende regeling.
Het bijtellingspercentage bedraagt dan 35%, maar dit percentage wordt niet berekend over de oorspronkelijke cataloguswaarde. In plaats daarvan wordt uitgegaan van de actuele waarde van de auto in het economische verkeer.
Deze regeling maakt oudere auto's voor sommige ondernemers fiscaal aantrekkelijk.
Extra aandachtspunt voor ondernemers
Voor ondernemers geldt een bijzondere regeling. De bijtelling kan namelijk niet hoger zijn dan de daadwerkelijke autokosten die in het betreffende jaar zijn gemaakt.
Daardoor kan het in sommige situaties voordeliger zijn om een auto tot het privévermogen te rekenen en zakelijke kilometers afzonderlijk te declareren tegen het geldende fiscale kilometertarief.
Welke keuze het meest voordelig is, hangt af van de persoonlijke situatie en het gebruik van de auto.
Voorbeeld van een bijtelling
Voorbeeldberekening
Mark rijdt in een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 27.500. Hij houdt geen sluitende rittenregistratie bij en krijgt daarom te maken met een bijtelling.
De jaarlijkse bijtelling bedraagt:
22% van € 27.500 = € 6.050 per jaar
Per maand wordt:
€ 6.050 ÷ 12 = ongeveer € 504
bij het belastbare loon opgeteld.
Over dit bedrag wordt loonheffing berekend. De uiteindelijke netto kosten zijn afhankelijk van het persoonlijke belastingtarief en eventuele heffingskortingen.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
De cataloguswaarde als uitgangspunt. De bijtelling wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto. Voor personenauto's is dit de oorspronkelijke catalogusprijs inclusief bpm en btw.
Ook bij bestelauto's wordt uitgegaan van de catalogusprijs inclusief bpm en btw.
Af-fabriek gemonteerde opties tellen mee voor de cataloguswaarde. Accessoires die later door een dealer zijn aangebracht, worden niet meegenomen in de berekening van de bijtelling.
Fiscale waarde opzoeken
Voor veel auto's is de fiscale waarde eenvoudig terug te vinden via het kentekenregister van de RDW. Deze waarde staat vermeld onder het onderdeel 'Fiscale waarde'.
Uitzondering voor oldtimers en youngtimers
Voor auto's van 16 jaar of ouder geldt een afwijkende regeling.
Bij deze voertuigen wordt de bijtelling niet berekend over de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar over de actuele waarde van de auto in het economische verkeer.
Voor het bepalen van de leeftijd wordt gekeken naar de datum waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen.
Deze regeling maakt veel youngtimers aantrekkelijk voor ondernemers die relatief voordelig zakelijk willen rijden.
Voorbeeld van een youngtimerregeling
Voorbeeldberekening
Martijn rijdt in een auto van de zaak die inmiddels 16 jaar oud is. De oorspronkelijke cataloguswaarde bedroeg € 46.500.
De actuele marktwaarde van de auto bedraagt ongeveer € 7.500.
Omdat de auto onder de youngtimerregeling valt, wordt de bijtelling berekend over de actuele waarde.
De jaarlijkse bruto bijtelling bedraagt:
35% van € 7.500
€ 2.625 per jaar
In dit voorbeeld wordt dus niet gerekend met de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar met de huidige waarde van de auto.
Belangrijk om te weten
Voor de meeste auto's geldt dat de cataloguswaarde inclusief bpm en btw het uitgangspunt vormt voor de berekening van de bijtelling. Alleen voor auto's van 16 jaar en ouder geldt de uitzondering waarbij wordt gekeken naar de actuele waarde van de auto.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wat is de catalogusprijs? De catalogusprijs is de officiële prijs die door de fabrikant of importeur aan het publiek bekend wordt gemaakt. Deze prijs vormt de basis voor verschillende fiscale regelingen rondom auto's.
De catalogusprijs speelt onder andere een belangrijke rol bij:
- De bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak
- De berekening van bpm bij registratie van een voertuig
- De vaststelling van de bpm-afschrijving bij gebruikte voertuigen
Welke kortingen tellen mee?
Wanneer een fabrikant of importeur een prijsverlaging opneemt in de officiële prijslijst, werkt deze verlaging door in de catalogusprijs. Hierdoor kan dit ook gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de bijtelling.
Publiekelijk bekendgemaakte prijsverlagingen maken dus onderdeel uit van de officiële catalogusprijs.
Welke kortingen tellen niet mee?
Individuele kortingen die een koper ontvangt bij de aanschaf van een auto hebben geen invloed op de catalogusprijs.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Inruilkortingen
- Actiekortingen die alleen voor een specifieke klant gelden
- Onderhandelde prijsafspraken met een dealer
Voor de fiscale berekeningen blijft de officiële catalogusprijs leidend.
Welke kosten tellen niet mee?
Niet alle kosten rondom de aankoop van een auto maken onderdeel uit van de catalogusprijs.
Onder andere de volgende kosten worden niet meegenomen:
- Kosten rijklaar maken
- Afleveringskosten
Deze bedragen hebben daarom geen invloed op de hoogte van de bijtelling of andere fiscale berekeningen waarbij de catalogusprijs wordt gebruikt.
Waarom is de catalogusprijs belangrijk?
De catalogusprijs vormt voor veel fiscale regelingen het uitgangspunt. Een juiste vaststelling van deze waarde is daarom belangrijk voor ondernemers, werknemers met een auto van de zaak en iedereen die te maken krijgt met bijtelling of bpm.
Voor veel voertuigen is de fiscale waarde eenvoudig terug te vinden via het kentekenregister van de RDW.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving kan wijzigen en de fiscale gevolgen verschillen per situatie. Neem daarom altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur voor advies dat aansluit bij jouw persoonlijke situatie.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wat is de overgangsregeling voor de bijtelling? Wanneer de overheid de CO2-uitstootnormen of de bijtellingspercentages wijzigt, kan een overgangsregeling van toepassing zijn. Deze regeling biedt berijders van een auto met een gunstig bijtellingspercentage gedurende een bepaalde periode zekerheid over de hoogte van de bijtelling.
Voor nieuwe auto's geldt een vastgesteld bijtellingspercentage gedurende een periode van 60 volledige maanden. Deze periode begint op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van eerste toelating van de auto.
Voorbeeld van de 60-maandsregeling
Heeft een auto een datum eerste toelating van 21 april, dan start de 60-maandsperiode op 1 mei. Vijf jaar later eindigt deze periode op 30 april.
Na afloop van deze periode wordt opnieuw gekeken naar de dan geldende bijtellingsregels en wordt een nieuw bijtellingspercentage vastgesteld.
Welke regeling geldt voor elektrische auto's?
In 2026 geldt alleen voor nulemissieauto's een korting op de bijtelling.
Voor elektrische auto's die onder oudere overgangsregelingen vallen, geldt in 2026 nog een korting van 4 procentpunten over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde.
Hierdoor bedraagt de bijtelling:
- 21% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde
- 25% over het deel van de cataloguswaarde boven € 30.000
Voor niet-elektrische auto's die onder de oude regeling vallen, geldt over de volledige cataloguswaarde een bijtelling van 25%.
Overgangsregeling voor auto's van vóór 2017
Per 1 januari 2017 is het standaard bijtellingspercentage verlaagd van 25% naar 22%.
Voor auto's die uiterlijk op 31 december 2016 voor het eerst op naam zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Daardoor blijft voor deze voertuigen de oude wetgeving van toepassing.
Voor veel van deze auto's is de oorspronkelijke 60-maandsperiode inmiddels verstreken, maar bepaalde elektrische auto's kunnen nog profiteren van specifieke overgangsregels.
Hoe werkt de overgangsregeling voor youngtimers?
Voor auto's die onder de youngtimerregeling vallen, geldt een bijtelling van 35% over de waarde in het economische verkeer. Dit is de actuele verkoopwaarde van de auto.
Per 1 januari 2026 is de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling verhoogd van 15 naar 16 jaar.
Voor auto's die in 2025 al onder de regeling vielen, geldt een overgangsregeling. Is een auto in 2025 15 jaar oud geworden en werd de youngtimerregeling toegepast, dan mag deze regeling in 2026 worden voortgezet, ook wanneer de auto op 1 januari 2026 nog geen 16 jaar oud is.
Let op bij aanschaf in 2026
Deze overgangsregeling geldt niet voor auto's die pas in 2026 zijn gekocht of geleased.
Voor deze voertuigen geldt direct de nieuwe leeftijdsgrens van 16 jaar.
Belangrijk om te weten
De overgangsregeling kan grote invloed hebben op de hoogte van de bijtelling. Vooral bij elektrische auto's en youngtimers kan het verschil oplopen tot honderden of zelfs duizenden euro's per jaar.
Controleer daarom altijd de datum eerste toelating en de actuele fiscale regels voordat je een auto koopt, least of zakelijk gaat rijden.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling verandert regelmatig. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Geldt voor een bestelauto altijd bijtelling? Ook voor bestelauto's gelden in principe de normale regels voor de bijtelling. Een bestelauto kan echter onder bepaalde voorwaarden buiten de bijtelling vallen.
Dit geldt bijvoorbeeld voor bestelauto's die:
- Voor 90% of meer geschikt zijn voor goederenvervoer;
- Buiten werktijd niet privé gebruikt kunnen worden omdat ze op de bedrijfslocatie achterblijven;
- Alleen zakelijk gebruikt mogen worden op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer.
Veel van deze voertuigen worden in de praktijk aangeduid als auto's met een grijs kenteken.
Bestelauto's die vrijwel uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer
Voor sommige bestelauto's geldt een uitzondering omdat deze door hun inrichting nauwelijks geschikt zijn voor privégebruik.
Het gaat hierbij om voertuigen die voor minimaal 90% geschikt zijn voor goederenvervoer. In deze situaties kan de bijtelling achterwege blijven.
Verbod op privégebruik van de bestelauto
Werkgever en werknemer kunnen schriftelijk vastleggen dat privégebruik van de bestelauto niet is toegestaan.
Toezicht blijft noodzakelijk
Een verbod op privégebruik alleen is niet voldoende. Als werkgever moet je ook daadwerkelijk controleren of de werknemer zich aan deze afspraak houdt.
Dit kan bijvoorbeeld door:
- Kilometerstanden te controleren;
- Verkeersovertredingen te beoordelen;
- Brandstofverbruik te monitoren;
- Werkbonnen of garagenota's te vergelijken met gereden kilometers.
Het is belangrijk om vast te leggen dat deze controles daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
Risico ligt bij de werkgever
Wanneer de Belastingdienst vaststelt dat de bestelauto toch privé is gebruikt, kunnen naheffingen en boetes voor rekening van de werkgever komen.
Bij een rittenregistratie, een verklaring geen privégebruik auto of een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto is dit risico doorgaans kleiner.
Doorlopend afwisselend gebruik van een bestelauto
Voor bestelauto's die doorlopend door verschillende werknemers worden gebruikt geldt een bijzondere regeling.
In plaats van een normale bijtelling betaalt de werkgever een vaste eindheffing van € 438 per bestelauto per jaar.
De werkgever draagt deze eindheffing rechtstreeks af aan de Belastingdienst. Voor de werknemers hoeft geen bijtelling bij het loon te worden opgeteld.
Wanneer is sprake van doorlopend afwisselend gebruik?
Van doorlopend afwisselend gebruik kan sprake zijn wanneer meerdere werknemers dezelfde bestelauto regelmatig gebruiken en vooraf niet vaststaat wie de auto op welke dag gebruikt.
Een voorbeeld is een installatiebedrijf waarbij verschillende monteurs gedurende de week afwisselend gebruikmaken van dezelfde bedrijfsauto.
Wanneer geldt deze regeling niet?
De regeling voor doorlopend afwisselend gebruik geldt niet wanneer:
- Een werknemer structureel dezelfde bestelauto mee naar huis neemt;
- Er slechts een beperkte wisseling plaatsvindt tussen werknemers;
- Exact bekend is hoeveel privékilometers iedere werknemer rijdt, bijvoorbeeld via een black-box systeem.
In deze situaties blijven de normale regels voor de bijtelling van toepassing.
Samenvatting
Een bestelauto hoeft niet altijd onder de bijtelling te vallen. Dit kan onder andere het geval zijn bij voertuigen die vrijwel uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer, bij een goed gecontroleerd verbod op privégebruik of bij doorlopend afwisselend gebruik door meerdere werknemers.
Welke regeling van toepassing is, hangt af van de feitelijke situatie en het gebruik van de bestelauto.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en bestelauto's kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wat betekent deze uitzondering? Voor sommige bestelauto's geldt een uitzondering op de normale bijtellingsregels. Het verschil met de bekende tegenbewijsregeling is belangrijk.
Bij een tegenbewijsregeling moet je vaak kunnen aantonen hoeveel privékilometers zijn gereden. Bij een uitzondering op de bijtelling valt de bestelauto juist buiten het normale autokostenforfait.
Wordt een dergelijke bestelauto toch privé gebruikt, dan wordt niet gewerkt met een vast bijtellingspercentage. In plaats daarvan kan het privégebruik worden belast op basis van de werkelijke kilometerkosten.
Welke bestelauto's komen hiervoor in aanmerking?
De wet noemt geen exacte lijst met voertuigen die onder deze uitzondering vallen. Uit toelichtingen en rechtspraak blijkt echter dat vooral bestelauto's die vrijwel uitsluitend zijn ingericht voor goederenvervoer in aanmerking kunnen komen.
Hierbij wordt vaak gedacht aan:
- Bestelauto's met uitsluitend een bestuurdersstoel;
- Bestelauto's zonder bijrijdersstoel;
- Voertuigen die speciaal zijn ingericht voor een specifiek beroep of bedrijfsactiviteit;
- Bestelauto's waarbij de laadruimte duidelijk de hoofdfunctie van het voertuig vormt.
Verwijderen van zitplaatsen
Ook een bestelauto die oorspronkelijk meerdere zitplaatsen had, kan soms onder deze uitzondering vallen.
Daarvoor is het niet voldoende om alleen een stoel tijdelijk te verwijderen. De bevestigingspunten moeten eveneens duurzaam onbruikbaar zijn gemaakt. In de praktijk gebeurt dit bijvoorbeeld door bevestigingspunten af te lassen of op een andere permanente manier te blokkeren.
Hierdoor wordt duidelijk dat het voertuig niet langer bedoeld is voor personenvervoer.
Wat zegt de rechtspraak?
Uit uitspraken van de rechter blijkt dat niet alleen bestelauto's met één stoel onder deze regeling kunnen vallen.
Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een grote bestelauto van een bloemist, voorzien van een specifieke bedrijfsinrichting en een bijrijdersstoel, toch als vrijwel uitsluitend geschikt voor goederenvervoer kon worden aangemerkt.
Daaruit blijkt dat niet alleen het aantal zitplaatsen bepalend is, maar ook de totale inrichting en het daadwerkelijke gebruik van het voertuig.
Wanneer accepteert de Belastingdienst de uitzondering?
Volgens intern beleid van de Belastingdienst wordt de uitzondering in ieder geval vaak geaccepteerd wanneer een bestelauto:
- Minimaal 2,60 meter hoog en 6,50 meter lang is; of
- Voor 90% of meer uit laadruimte bestaat.
Dit zijn geen wettelijke eisen, maar praktische richtlijnen die de Belastingdienst hanteert bij de beoordeling.
Hoe zit het met een dubbele cabine?
Een bestelauto met een dubbele cabine valt volgens de rechtspraak niet onder deze uitzondering.
De reden hiervoor is dat een voertuig met een dubbele cabine niet uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer, maar ook duidelijk geschikt is voor personenvervoer.
Daardoor blijven voor deze voertuigen de normale regels voor de bijtelling gelden.
Voorkom discussies achteraf
Stem twijfelgevallen vooraf af
Twijfel je of jouw bestelauto onder deze uitzondering valt? Dan kan het verstandig zijn om hierover vooraf contact op te nemen met de Belastingdienst.
Hiermee voorkom je mogelijke discussies, naheffingen of correcties achteraf.
Samenvatting
Sommige bestelauto's kunnen buiten de normale bijtelling vallen wanneer zij vrijwel uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer. Hierbij wordt gekeken naar de inrichting, het aantal zitplaatsen, de laadruimte en de praktische inzet van het voertuig. Een bestelauto met een dubbele cabine komt doorgaans niet voor deze uitzondering in aanmerking.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bestelauto's en bijtelling kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Vergoeding voor privégebruik van de auto. Werkgevers en werknemers spreken regelmatig een vergoeding af voor het privégebruik van een auto van de zaak. Dit kan bijvoorbeeld een vast bedrag per maand zijn of een vergoeding per gereden privékilometer.
Voor de bijtelling is het belangrijk dat werkgever en werknemer schriftelijk vastleggen dat deze bijdrage bedoeld is als vergoeding voor het privégebruik van de auto.
Wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan, mag de vergoeding via de loonadministratie in mindering worden gebracht op de bijtelling.
Bijtelling kan niet negatief worden
De vergoeding mag de bijtelling verlagen, maar de bijtelling kan hierdoor nooit negatief worden.
Is de eigen bijdrage hoger dan de berekende bijtelling, dan vervalt het meerdere. Er ontstaat geen recht op een negatieve bijtelling of extra fiscale aftrek.
Wat is een bovennormbijdrage?
Het komt regelmatig voor dat een werknemer kiest voor een duurdere auto dan volgens de autoregeling van de werkgever is toegestaan.
De extra kosten die hierdoor ontstaan worden vaak aangeduid als:
- Leasenormoverschrijding
- Bovennormbijdrage
- Luxe-bijdrage
De werknemer betaalt dan een aanvullende vergoeding aan de werkgever voor deze extra kosten.
Mag een bovennormbijdrage van de bijtelling worden afgetrokken?
Wanneer de bovennormbijdrage een afzonderlijke vergoeding is, los van een vergoeding voor privégebruik, mag deze niet volledig in mindering worden gebracht op de bijtelling.
In dat geval wordt gekeken naar de verhouding tussen:
- Het aantal privékilometers;
- Het totale aantal gereden kilometers.
Alleen het gedeelte dat betrekking heeft op het privégebruik kan dan invloed hebben op de bijtelling.
Schriftelijke afspraken zijn belangrijk
De Belastingdienst staat toe dat een bovennormbijdrage wordt opgenomen in een vergoeding voor privégebruik.
Daarvoor is wel vereist dat werkgever en werknemer schriftelijk vastleggen dat de bijdrage bedoeld is als vergoeding voor privégebruik van de auto.
Wanneer dit duidelijk is vastgelegd, kan de volledige bijdrage in mindering worden gebracht op de bijtelling.
Welke kosten kunnen onderdeel zijn van de bijdrage?
Een vergoeding voor privégebruik kan uit verschillende onderdelen bestaan.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Een bovennormbijdrage;
- Kosten van accessoires;
- Een afkoopsom bij beëindiging van het dienstverband;
Andere kosten die samenhangen met het privégebruik van de auto.
Voorwaarde blijft dat schriftelijk wordt vastgelegd dat deze bedragen onderdeel vormen van de vergoeding voor privégebruik.
Wat gebeurt er als er niets is afgesproken?
Wanneer werkgever en werknemer niet hebben vastgelegd dat een bijdrage bedoeld is voor privégebruik, kan deze bijdrage meestal niet of slechts gedeeltelijk in mindering worden gebracht op de bijtelling.
Duidelijke schriftelijke afspraken zijn daarom van groot belang.
Samenvatting
Een vergoeding voor privégebruik van een auto van de zaak kan in mindering worden gebracht op de bijtelling, mits werkgever en werknemer duidelijk hebben vastgelegd dat het daadwerkelijk gaat om een bijdrage voor privégebruik. Zonder goede afspraken kan de Belastingdienst de aftrek beperken of weigeren.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en loonheffingen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wanneer krijg je normaal gesproken bijtelling? Voordat wordt gekeken naar een mogelijke vrijstelling van de bijtelling, moet eerst worden vastgesteld of sprake is van een auto van de zaak die aan jou ter beschikking staat.
Wanneer een personenauto of bestelauto als auto van de zaak wordt aangemerkt en er geen uitzondering van toepassing is, geldt in principe een bijtelling voor privégebruik.
Daarbij maakt het niet uit of je de auto daadwerkelijk privé gebruikt. Voor de Belastingdienst is vooral van belang dat je de mogelijkheid hebt om de auto privé te gebruiken. Dit wordt ook wel de beschikkingsmacht over de auto genoemd.
Wanneer kun je een bijtelling voorkomen?
Een bijtelling kan worden voorkomen wanneer je kunt aantonen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met de auto van de zaak.
Lukt het om dit aannemelijk te maken, dan hoef je geen bijtelling te betalen voor het privégebruik van de auto.
Sluitende rittenregistratie
De meest gebruikte manier om aan te tonen dat je minder dan 500 kilometer privé rijdt, is een sluitende rittenregistratie.
Met een correcte kilometeradministratie kun je laten zien welke ritten zakelijk zijn gereden en welke ritten privé zijn geweest.
De Belastingdienst kan deze registratie controleren. Daarom is het belangrijk dat de administratie volledig en nauwkeurig wordt bijgehouden.
Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto
Voor sommige bestelauto's bestaat een aanvullende regeling.
Met een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kun je aangeven dat de bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt.
Wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan, is een rittenregistratie in veel gevallen niet nodig.
Deze regeling geldt uitsluitend voor bestelauto's en niet voor personenauto's.
Let op de periode van één kalenderjaar
De 500-kilometergrens geldt per kalenderjaar
De tegenbewijsregeling wordt beoordeeld over een volledig kalenderjaar.
Dat betekent dat gekeken wordt naar de periode van:
- 1 januari tot en met 31 december
Rijd je in die periode meer dan 500 kilometer privé, dan vervalt de vrijstelling van de bijtelling alsnog.
Samenvatting
Wanneer een auto van de zaak aan jou ter beschikking staat, geldt in principe een bijtelling. Je kunt deze bijtelling voorkomen door aan te tonen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. Dit gebeurt meestal met een sluitende rittenregistratie. Voor bepaalde bestelauto's kan ook een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto worden gebruikt.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en kilometerregistratie kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Waarom is een rittenregistratie belangrijk? De bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak kun je voorkomen wanneer je kunt aantonen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt.
De Belastingdienst staat verschillende vormen van bewijs toe, maar in de praktijk is een sluitende rittenregistratie vaak de meest gebruikte methode.
Met een correcte kilometeradministratie kun je aantonen hoeveel zakelijke en privéritten zijn gereden.
Welke gegevens moet je per rit vastleggen?
Een sluitende rittenregistratie moet voldoende informatie bevatten om iedere rit te kunnen controleren.
Per rit worden doorgaans de volgende gegevens vastgelegd:
- Datum van de rit
- Beginstand van de kilometerteller
- Eindstand van de kilometerteller
- Vertrekadres
- Bestemmingsadres
- Aard van de rit (zakelijk of privé)
- De gereden route wanneer wordt afgeweken van de gebruikelijke route
Bijvoorbeeld wanneer een andere route wordt gereden vanwege files, wegwerkzaamheden of omleidingen.
Voorbeeld van een rittenregistratie
Gegevens die meestal worden bijgehouden
| Datum | Vertrekadres | Bestemmingsadres | Beginstand | Eindstand | Zakelijk / Privé |
| 12-01-2026 | Almelo | Enschede | 25.140 | 25.168 | Zakelijk |
| 12-01-2026 | Enschede | Almelo | 25.168 | 25.196 | Zakelijk |
Een volledige rittenregistratie bevat uiteraard alle ritten die gedurende het jaar worden gereden.
Digitale rittenregistratie
Steeds meer automobilisten gebruiken een rittenregistratie-app of een zogenoemde black box.
Deze systemen leggen veel gegevens automatisch vast, zoals:
- Datum
- Tijdstip
- Locatie
- Kilometerstanden
Het karakter van de rit moet meestal nog wel handmatig worden aangegeven. Je moet dus zelf aangeven of een rit zakelijk of privé is geweest.
Bewaar ook ondersteunende documenten
Een rittenregistratie staat sterker wanneer deze wordt ondersteund door aanvullende documenten.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Agenda-afspraken
- Facturen
- Werkbonnen
- Tankbonnen
- Onderhoudsnota's
Samen vormen deze documenten een controleerbaar geheel waarmee je kunt aantonen dat de registratie juist is.
Keurmerk Ritregistratiesystemen
Extra zekerheid
Verschillende aanbieders van ritregistratiesystemen beschikken over een keurmerk van de Stichting Keurmerk Ritregistratiesystemen.
Dit keurmerk geeft aan dat het systeem voldoet aan bepaalde eisen op het gebied van:
- Betrouwbaarheid
- Dataveiligheid
- Privacybescherming
Hoewel een keurmerk niet verplicht is, kan het extra zekerheid bieden bij het bijhouden van een rittenregistratie.
Samenvatting
Een sluitende rittenregistratie is één van de belangrijkste manieren om aan te tonen dat je minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt met een auto van de zaak. Zorg ervoor dat iedere rit volledig wordt vastgelegd en bewaar ondersteunende documenten die de registratie kunnen onderbouwen.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en rittenregistratie kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Waarom controleert de Belastingdienst een rittenregistratie? Wanneer je een rittenregistratie gebruikt om een bijtelling te voorkomen, moet deze volledig en sluitend zijn. Dit betekent dat alle ritten die gedurende het jaar zijn gereden correct moeten zijn vastgelegd.
De Belastingdienst controleert regelmatig of een rittenregistratie voldoet aan de fiscale eisen. Dit gebeurt vaak steekproefsgewijs.
Daarbij wordt niet alleen gekeken of alle ritten zijn opgenomen, maar ook of zakelijke ritten daadwerkelijk als zakelijk kunnen worden aangemerkt.
Welke gegevens kan de Belastingdienst opvragen?
Bij een controle kan de Belastingdienst aanvullende informatie opvragen om de juistheid van de rittenregistratie te beoordelen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Agenda-afspraken
- Werkbonnen
- Facturen
- Klantbezoeken
- Tankbonnen
- Onderhoudsnota's
Met deze gegevens kan worden gecontroleerd of de geregistreerde ritten overeenkomen met de activiteiten die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
Controle met externe gegevens
De Belastingdienst gebruikt niet alleen informatie die door de bestuurder wordt aangeleverd.
Ook gegevens uit andere bronnen kunnen worden gebruikt, zoals:
- Verkeersovertredingen
- Tanktransacties
- Facturen van garages en autobedrijven
- Kilometerstanden die tijdens onderhoud zijn geregistreerd
Door deze gegevens met elkaar te vergelijken kan de Belastingdienst eventuele afwijkingen of ontbrekende ritten opsporen.
Kilometerstanden worden vaak vergeleken
Een belangrijk controlemiddel is het vergelijken van kilometerstanden.
Wanneer bijvoorbeeld een onderhoudsfactuur een kilometerstand vermeldt die niet aansluit op de rittenregistratie, kan dit aanleiding zijn voor aanvullende vragen of een uitgebreider onderzoek.
Daarom is het belangrijk dat alle geregistreerde ritten aansluiten bij de werkelijke kilometerstanden van het voertuig.
Hoe zit het met camerabeelden?
In het verleden maakte de Belastingdienst onder andere gebruik van camerabeelden om rittenregistraties te controleren.
Ook beschikte de Belastingdienst over zogenaamde ANPR-gegevens (Automatic Number Plate Recognition) van de politie. Hierbij worden kentekens automatisch geregistreerd door camera's langs de weg.
Gebruik van ANPR-gegevens
Na een uitspraak van de Hoge Raad mag de Belastingdienst deze ANPR-gegevens niet gebruiken voor controles op de bijtelling.
Voor bepaalde controles rondom de motorrijtuigenbelasting mogen deze gegevens onder voorwaarden wel worden gebruikt.
Voor controles van rittenregistraties en bijtelling kan dit alleen wanneer hiervoor een wettelijke grondslag bestaat.
Voorkom problemen bij een controle
Een goede rittenregistratie bestaat niet alleen uit een overzicht van gereden ritten. Het is verstandig om ook ondersteunende documenten te bewaren die de registratie kunnen onderbouwen.
Denk daarbij aan:
- Agenda's
- Werkbonnen
- Facturen
- Tankbonnen
- Onderhoudsrapporten
Hoe beter de administratie is onderbouwd, hoe eenvoudiger het wordt om aan te tonen dat de rittenregistratie correct is.
Samenvatting
De Belastingdienst controleert rittenregistraties door gegevens uit de administratie te vergelijken met informatie uit andere bronnen. Denk hierbij aan agenda's, facturen, tankbonnen en geregistreerde kilometerstanden. Een volledige en goed onderbouwde rittenregistratie helpt om discussies en naheffingen te voorkomen.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en rittenregistratie kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wat is een verklaring geen privégebruik auto? Wanneer een werknemer een auto van de zaak heeft, moet de werkgever in principe loonbelasting inhouden over de bijtelling voor privégebruik.
Met een verklaring geen privégebruik auto kan een werknemer aangeven dat hij of zij op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto rijdt.
De verklaring wordt aangevraagd bij de Belastingdienst. Wanneer deze verklaring geldig is, hoeft de werkgever in veel gevallen geen bijtelling toe te passen.
Waarom is deze verklaring belangrijk?
De werkgever is verantwoordelijk voor een juiste afdracht van loonbelasting over de bijtelling.
Wanneer een werknemer beschikt over een verklaring geen privégebruik auto, verschuift het risico op een naheffing grotendeels naar de werknemer.
Dit geldt niet wanneer de werkgever wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat de werknemer meer dan 500 kilometer privé reed.
Blijft een rittenregistratie noodzakelijk?
Antwoord: Ja.
Een verklaring geen privégebruik auto betekent niet dat er automatisch geen bijtelling geldt.
De werknemer moet nog steeds kunnen aantonen dat het privégebruik op jaarbasis niet meer bedraagt dan 500 kilometer.
In de praktijk gebeurt dit meestal met een sluitende rittenregistratie of ander overtuigend bewijs.
Wat gebeurt er als je toch meer dan 500 kilometer privé rijdt?
Wanneer achteraf blijkt dat de grens van 500 privékilometers wordt overschreden, kan de Belastingdienst alsnog belasting heffen over de bijtelling.
In dat geval wordt de naheffing doorgaans opgelegd aan de werknemer in plaats van aan de werkgever.
Situatie 1: Je gaat tijdens het jaar toch privé rijden
Het komt regelmatig voor dat een werknemer aan het begin van het jaar verwacht onder de 500 kilometer privé te blijven, maar later besluit de auto vaker privé te gebruiken.
Verklaring intrekken
In dat geval moet de werknemer de verklaring geen privégebruik auto intrekken.
Vanaf dat moment moet de werkgever voor de resterende salarisperiodes alsnog rekening houden met een bijtelling.
De Belastingdienst kan de belasting over de eerdere maanden rechtstreeks bij de werknemer naheffen.
Situatie 2: Eerst bijtelling, later toch minder dan 500 kilometer privé
Het kan ook voorkomen dat aanvankelijk wordt uitgegaan van een normale bijtelling, maar dat later blijkt dat de werknemer toch minder dan 500 kilometer privé rijdt.
Wanneer vervolgens een verklaring geen privégebruik auto wordt afgegeven, kan de werkgever voor de resterende loonperiodes de bijtelling achterwege laten.
Voor eerdere salarisperiodes kunnen correcties worden ingediend of kan de werknemer zelf bezwaar maken tegen de ingehouden loonbelasting.
Situatie 3: Alleen een rittenregistratie zonder verklaring
Soms blijkt uit een rittenregistratie dat minder dan 500 kilometer privé wordt gereden, terwijl geen verklaring geen privégebruik auto is aangevraagd.
Ook dan kan de werkgever voor de resterende maanden de bijtelling achterwege laten.
Het verschil is dat de werkgever in deze situatie meer risico loopt wanneer later blijkt dat de rittenregistratie niet correct is.
Wat gebeurt er bij een wisseling van werkgever?
Wanneer een werknemer tijdens het jaar van werkgever wisselt, blijft een bestaande verklaring geen privégebruik auto in veel gevallen gewoon geldig.
Nieuwe werkgever
Als de werknemer dezelfde auto blijft gebruiken, hoeft meestal niets te worden aangepast.
Wordt een andere auto gebruikt, dan moet het nieuwe kenteken aan de Belastingdienst worden doorgegeven.
De verklaring blijft vervolgens van kracht.
De nieuwe werkgever kan op basis van deze verklaring de bijtelling achterwege laten.
Bijtelling of rittenregistratie tijdens het jaar wijzigen
Normaal gesproken wordt de beoordeling van de 500-kilometergrens gemaakt over een volledig kalenderjaar.
Bij een wisseling van werkgever ontstaat echter meer flexibiliteit.
Daardoor kan een werknemer gedurende het jaar overstappen van:
- Bijtelling naar rittenregistratie;
- Rittenregistratie naar bijtelling.
Wel blijft de 500-kilometergrens tijdsevenredig van toepassing.
Zonder wisseling van werkgever is een dergelijke overstap meestal pas mogelijk aan het begin van een nieuw kalenderjaar.
Samenvatting
Met een verklaring geen privégebruik auto kan een werknemer aangeven dat hij of zij niet meer dan 500 kilometer per jaar privé rijdt met een auto van de zaak. Hierdoor hoeft de werkgever vaak geen bijtelling toe te passen. De werknemer blijft echter verantwoordelijk voor het kunnen aantonen van het beperkte privégebruik, bijvoorbeeld met een sluitende rittenregistratie.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling, loonbelasting en rittenregistratie kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Is een rittenregistratie altijd verplicht? Nee. Gebruik je een bestelauto uitsluitend zakelijk en niet privé, dan is een rittenregistratie niet altijd verplicht.
In dat geval kun je gebruikmaken van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto.
Werknemers vragen deze verklaring aan via hun werkgever. Ondernemers en resultaatgenieters kunnen de verklaring zelf aanvragen bij de Belastingdienst.
Na goedkeuring van de verklaring hoef je geen rittenregistratie meer bij te houden.
Wat gebeurt er bij een controle?
Ook zonder rittenregistratie kan de Belastingdienst controleren of de bestelauto daadwerkelijk uitsluitend zakelijk wordt gebruikt.
Wanneer de Belastingdienst aanwijzingen heeft dat een bestelauto privé is gebruikt, kunnen werkgever en werknemer worden gevraagd om hierover uitleg te geven.
Kun je niet aantonen dat het gebruik zakelijk was, dan kan een naheffingsaanslag volgen.
Wie krijgt een naheffing?
Dat hangt af van de situatie.
Werknemer verantwoordelijk
Wanneer de werkgever niets te verwijten valt, wordt een eventuele naheffing meestal opgelegd aan de werknemer.
Werkgever verantwoordelijk
Heeft de werkgever een onjuiste verklaring afgelegd, privégebruik toegestaan of wist de werkgever van privégebruik zonder dit te melden, dan kan de naheffing juist bij de werkgever terechtkomen.
Wanneer moet je de verklaring intrekken?
Ga je de bestelauto toch privé gebruiken? Dan moet de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto direct worden ingetrokken.
Doe je dit niet, dan kan de Belastingdienst een boete opleggen.
Ook werkgevers hebben hierin een verantwoordelijkheid. Wanneer een werkgever weet of vermoedt dat een werknemer de bestelauto privé gebruikt, moet dit worden gemeld bij de Belastingdienst.
Vergrijpboete voor werkgevers
Wanneer een werkgever bewust geen melding maakt terwijl dit wel verplicht was, kan een vergrijpboete worden opgelegd.
Deze boete kan oplopen tot 100% van de nageheven loonbelasting.
Kilometerstand wel blijven vastleggen
Hoewel een rittenregistratie niet verplicht is, blijft het verstandig om de kilometerstand vast te leggen.
Voor de btw-correctie woon-werkverkeer is het belangrijk om de kilometerstand te registreren op:
- 1 januari
- 31 december
van ieder kalenderjaar.
Wat als je later toch privé wilt rijden?
Wil je gedurende het jaar de bestelauto beperkt privé gaan gebruiken? Trek dan eerst de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto in.
De Belastingdienst gaat er dan vanuit dat tot de datum van intrekking geen privékilometers zijn gereden.
Vanaf dat moment kun je overstappen naar een andere regeling, zoals een verklaring geen privégebruik auto in combinatie met een rittenregistratie.
Daarmee kun je alsnog aantonen dat je in totaal minder dan 500 kilometer privé rijdt.
Wat is een vereenvoudigde rittenregistratie?
Naast de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto bestaat ook de mogelijkheid van een vereenvoudigde rittenregistratie.
Deze regeling is bedoeld voor werknemers die vanwege de aard van hun werkzaamheden veel zakelijke ritten op één dag maken.
Werkgever en werknemer moeten hiervoor schriftelijk vastleggen dat:
- Een vereenvoudigde rittenregistratie wordt bijgehouden;
- Privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan;
- De werkgever de zakelijke adressen bewaart in de project- of bedrijfsadministratie.
Welke gegevens moeten worden bijgehouden?
Bij een vereenvoudigde rittenregistratie hoeven zakelijke ritten niet afzonderlijk te worden geregistreerd.
Wel moeten per werkdag de volgende gegevens worden vastgelegd:
- Datum
- Werktijden
- Beginstand kilometerteller
- Eindstand kilometerteller
- Verwijzing naar de project- of bedrijfsadministratie
Gegevens van privéritten
Wordt er een privérit gemaakt, dan moeten daarnaast worden geregistreerd:
- Datum
- Beginstand kilometerteller
- Eindstand kilometerteller
- Vertrekadres
- Aankomstadres
Bijzondere regeling voor rijinstructeurs
Voor rijinstructeurs geldt een vergelijkbare regeling.
Zij kunnen vaak volstaan met het registreren van de begin- en eindstand van de kilometerteller per werkdag.
Samenvatting
Een rittenregistratie is niet altijd verplicht voor een bestelauto. Met een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kan in veel gevallen worden volstaan zonder kilometeradministratie. Daarnaast bestaat voor bepaalde beroepsgroepen en situaties een vereenvoudigde rittenregistratie die de administratieve lasten beperkt.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bestelauto's, bijtelling en rittenregistraties kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Hoe wordt woon-werkverkeer fiscaal behandeld? Voor de loonbelasting en inkomstenbelasting wordt woon-werkverkeer beschouwd als zakelijk verkeer.
Dit betekent dat de ritten tussen jouw woning en vaste werkplek fiscaal worden aangemerkt als zakelijke kilometers.
Deze regel geldt zowel voor werknemers als voor ondernemers.
Woon-werkverkeer met een privéauto
Gebruik je een privéauto voor woon-werkverkeer, dan kan jouw werkgever hiervoor een onbelaste kilometervergoeding verstrekken.
In 2026 bedraagt deze vergoeding maximaal:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Omdat woon-werkverkeer voor de loonbelasting als zakelijk wordt beschouwd, vallen ook deze kilometers onder deze regeling.
Woon-werkverkeer met een auto van de zaak
Rijd je in een auto van de zaak, dan wordt woon-werkverkeer eveneens als zakelijk aangemerkt.
Deze kilometers tellen daarom mee als zakelijke ritten binnen een eventuele rittenregistratie.
Dat betekent dat woon-werkverkeer niet meetelt als privékilometers voor de beoordeling van de 500-kilometergrens.
Uitzondering voor de pseudo-eindheffing
Voor bepaalde regelingen kan een afwijkende definitie gelden.
Pseudo-eindheffing werkgebonden personenmobiliteit
Voor de regeling rondom de werkgebonden personenmobiliteit (WPM) wordt woon-werkverkeer niet als zakelijk verkeer beschouwd, maar als privéverkeer.
Hierdoor kunnen voor deze regeling andere uitgangspunten gelden dan bij de loonbelasting en inkomstenbelasting.
Samenvatting
Voor de loonbelasting en inkomstenbelasting wordt woon-werkverkeer beschouwd als zakelijk verkeer. Hierdoor kan een werkgever een onbelaste kilometervergoeding verstrekken en tellen woon-werkkilometers bij een auto van de zaak mee als zakelijke ritten. Alleen voor bepaalde regelingen, zoals de werkgebonden personenmobiliteit, kan hiervan worden afgeweken.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom woon-werkverkeer en fiscale kilometervergoedingen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Niet het hele jaar een auto van de zaak: De bijtelling voor een auto van de zaak wordt niet alleen bepaald door de cataloguswaarde en het bijtellingspercentage.
Ook het aantal privékilometers speelt een belangrijke rol.
Heb je slechts een deel van het jaar een auto van de zaak ter beschikking, dan moet worden beoordeeld of het privégebruik omgerekend boven de grens van 500 kilometer per jaar uitkomt.
Herrekening naar een volledig jaar
Wanneer je slechts enkele maanden in een auto van de zaak rijdt, kijkt de Belastingdienst naar het privégebruik op jaarbasis.
De gereden privékilometers worden daarom omgerekend naar een volledig kalenderjaar.
Kom je na deze herrekening boven de grens van 500 privékilometers uit, dan is een bijtelling van toepassing.
Bijtelling alleen over de periode van gebruik
Wanneer een bijtelling van toepassing is, hoef je alleen bij te tellen over de periode waarin de auto daadwerkelijk ter beschikking stond.
Heb je bijvoorbeeld één maand een auto van de zaak gehad, dan wordt ook slechts één maand bijtelling berekend.
Wisselen tussen wel en geen bijtelling
Het is niet mogelijk om binnen hetzelfde kalenderjaar eenvoudig te wisselen tussen:
- Geen bijtelling;
- Wel bijtelling.
Wanneer achteraf blijkt dat meer dan 500 privékilometers zijn gereden, geldt de bijtelling alsnog voor alle perioden waarin de auto van de zaak ter beschikking stond.
Een rittenregistratie over een deel van het jaar voorkomt dat dan niet meer.
Wanneer kan een bijtelling stoppen?
Een bijtelling kan gedurende het jaar alleen eindigen wanneer:
- De auto niet langer ter beschikking staat;
- Er sprake is van een wisseling van werkgever.
In de praktijk is het verstandig om vast te leggen dat de auto daadwerkelijk is ingeleverd en dat eventuele autoregelingen schriftelijk zijn beëindigd.
Voorbeeld 1: Eén maand een auto van de zaak
Voorbeeldberekening
Joost heeft alleen in december een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 24.000.
In die maand rijdt hij 380 privékilometers.
Omgerekend naar een volledig jaar komt dit neer op:
- 380 × 12 = 4.560 privékilometers per jaar
- Hierdoor overschrijdt Joost de 500-kilometergrens.
De bijtelling bedraagt:
- 22% van € 24.000 = € 5.280 per jaar
- Eén maand gebruik = 1/12 deel
De bijtelling voor dat jaar bedraagt daarom:
- € 440
Voorbeeld 2: Twee auto's in hetzelfde jaar
Voorbeeldberekening
Annelotte rijdt van januari tot en met april in een auto van de zaak met:
- Cataloguswaarde € 28.000
- Bijtelling 22%
Met deze auto rijdt zij 150 privékilometers.
Vanaf mei rijdt zij in een andere auto met:
- Cataloguswaarde € 35.000
- Bijtelling 18%
Met deze auto rijdt zij 7.200 privékilometers.
In totaal rijdt Annelotte dat jaar:
- 7.350 privékilometers
Omdat dit meer is dan 500 kilometer, geldt voor beide auto's een bijtelling.
De berekening wordt dan:
- 22% × € 28.000 × 4/12 = € 2.053
- 18% × € 35.000 × 8/12 = € 4.200
Totale bijtelling:
- € 6.253
Samenvatting
Heb je slechts een deel van het jaar een auto van de zaak, dan worden de gereden privékilometers omgerekend naar een volledig jaar. Overschrijd je daarmee de grens van 500 kilometer, dan geldt een bijtelling voor alle maanden waarin de auto ter beschikking stond. De bijtelling wordt vervolgens tijdsevenredig berekend.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en privégebruik van een auto van de zaak kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Bijtelling voor werknemers en werkgevers
Werknemers die een auto van de zaak rijden krijgen vaak te maken met loonbelasting, kilometervergoedingen en afspraken met hun werkgever. In dit onderdeel behandelen we onderwerpen zoals verkeersboetes, parkeerkosten, wachtdienstauto's, reiskostenvergoedingen en de fiscale gevolgen van een auto van de zaak binnen een dienstverband.
Vragen in dit blok:
- Hoe verloopt de inhouding van de belasting over de bijtelling?
- Bijtelling voor medewerkers van een autobedrijf
- Een auto van de zaak gebruiken voor andere werkzaamheden
- Kilometers registreren met een wachtdienstauto
- Een vaste reiskostenvergoeding voor een privéauto
- Verkeersboetes en vergoedingen door de werkgever
- Parkeerkosten binnen de werkkostenregeling
Bijtelling voor werknemers en werkgevers
Bijtelling voor ondernemers: ben je ondernemer, bijvoorbeeld met een eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof) of als zzp'er, en rijd je in een auto van de zaak? Dan wordt de bijtelling verwerkt via de aangifte inkomstenbelasting.
De bijtelling wordt hierbij gezien als een privéonttrekking. Deze onttrekking wordt bij de winst van de onderneming opgeteld, waardoor uiteindelijk meer belasting verschuldigd kan zijn.
Bijtelling voor werknemers
Voor werknemers verloopt de belastingheffing anders.
Heb je als werknemer een auto van de zaak die ook privé gebruikt mag worden, dan moet de werkgever loonbelasting en premies afdragen over de bijtelling. De bijtelling wordt verwerkt via de loonadministratie en verhoogt het belastbare loon.
De werknemer hoeft hiervoor meestal zelf geen aparte berekening in de aangifte inkomstenbelasting te maken.
Wat gebeurt er met een eigen bijdrage?
Het komt regelmatig voor dat werknemers een eigen bijdrage betalen voor het privégebruik van de auto van de zaak.
Wanneer deze bijdrage voldoet aan de fiscale voorwaarden, mag de werkgever deze in mindering brengen op de bijtelling voordat de loonbelasting wordt berekend.
Eigen bijdrage niet aftrekbaar in de aangifte
Een werknemer mag deze eigen bijdrage niet nogmaals aftrekken in de eigen aangifte inkomstenbelasting.
De verrekening vindt uitsluitend plaats via de loonadministratie van de werkgever.
Wie is verantwoordelijk voor de juiste belastingafdracht?
De werkgever is verantwoordelijk voor een correcte verwerking van de bijtelling en voor de afdracht van loonbelasting en premies.
Ook wanneer een werknemer gebruikmaakt van een rittenregistratie om aan te tonen dat minder dan 500 privékilometers per jaar worden gereden, speelt de werkgever een belangrijke rol.
Hoe zit het met een rittenregistratie?
Wanneer een werknemer een sluitende rittenregistratie bijhoudt, kan mogelijk worden voorkomen dat een bijtelling wordt toegepast.
Zonder aanvullende maatregelen kan de werkgever echter risico lopen wanneer achteraf blijkt dat de rittenregistratie onjuist of onvolledig is.
Verklaring geen privégebruik auto
Om dit risico te beperken kan een werknemer een 'verklaring geen privégebruik auto' aanvragen.
Wanneer deze verklaring aanwezig is, kan de Belastingdienst bij een onjuiste kilometeradministratie de naheffing in veel gevallen opleggen aan de werknemer in plaats van aan de werkgever.
Dit geldt niet wanneer de werkgever wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat de verklaring ten onrechte werd gebruikt.
Praktische tip voor werkgevers
Wil een werknemer aantonen dat hij of zij minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt? Vraag dan om een geldige verklaring geen privégebruik auto.
Hiermee wordt duidelijk vastgelegd dat de werknemer zelf verantwoordelijk is voor het naleven van de voorwaarden die bij deze regeling horen.
Samenvatting
Voor ondernemers wordt de bijtelling verwerkt via de winst uit onderneming. Voor werknemers verloopt de belastingheffing via de loonadministratie van de werkgever. Een eigen bijdrage kan de bijtelling verlagen, terwijl een verklaring geen privégebruik auto kan helpen om risico's rondom de rittenregistratie te beperken.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en loonheffingen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Een bijzondere regeling voor autobedrijven: medewerkers van autobedrijven rijden vaak in verschillende voertuigen, zoals demoauto's, voorraadauto's of vervangende auto's.
Omdat hierdoor regelmatig van auto wordt gewisseld, zou het toepassen van de normale bijtellingsregels veel administratief werk opleveren.
Om deze administratieve lasten te beperken, hebben de BOVAG en de Belastingdienst afspraken gemaakt over de manier waarop de bijtelling binnen autobedrijven kan worden berekend en gecontroleerd.
Hoe wordt de bijtelling berekend?
Binnen deze regeling wordt de bijtelling per dag vastgesteld.
Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
- Neemt een werknemer aan het einde van de werkdag een auto mee naar huis, dan geldt voor die dag de cataloguswaarde van die auto.
- Werkt een werknemer niet vanwege bijvoorbeeld ziekte, verlof of een weekend, dan geldt de cataloguswaarde van de laatst meegenomen auto die nog niet is teruggebracht.
- Neemt een werknemer geen auto mee naar huis, dan geldt de cataloguswaarde van de auto waarvoor in de afgelopen twee maanden het vaakst een bijtelling is toegepast.
Op deze manier kan de bijtelling ook worden vastgesteld wanneer medewerkers regelmatig van voertuig wisselen.
Welke controles moet een werkgever uitvoeren?
Volgens de richtlijnen van de Belastingdienst moet een werkgever actief toezicht houden op de administratie rondom de bijtelling.
Controle van afwezige voertuigen
Minimaal één keer per loontijdvak moet worden gecontroleerd welke auto's buiten werktijd afwezig zijn.
Voor iedere afwezige auto moet een verklaring aanwezig zijn.
Controle van kilometerstanden
De werkgever moet de kilometerstanden vergelijken met de rittenregistratie.
Bij het begin en einde van iedere gebruiksperiode worden de kilometerstanden gecontroleerd.
Wanneer een voertuig wordt gebruikt voor een proefrit, kan de administratie worden gecontroleerd aan de hand van de proefritregistratie.
Controle van rittenregistraties
Van iedere werknemer moet verspreid over het jaar meerdere keren een controle plaatsvinden.
Daarbij kunnen bijvoorbeeld de volgende documenten worden vergeleken:
- Agenda's
- Werkroosters
- Proefritformulieren
- Kilometerregistraties
Controle van externe informatie
Ontvangt de werkgever informatie zoals verkeersboetes of schademeldingen, dan moet deze informatie worden vergeleken met de aanwezige administratie.
Werken met een vaste auto
Binnen de autobranche kan de bijtelling ook worden gebaseerd op een vaste auto.
Dit is mogelijk wanneer een werknemer niet regelmatig van voertuig wisselt.
Werkgever en werknemer moeten deze afspraak schriftelijk vastleggen.
De bijtelling wordt vervolgens berekend op basis van de cataloguswaarde van deze vaste auto.
Wat gebeurt er bij tijdelijk vervangend vervoer?
Soms kan een werknemer de vaste auto tijdelijk niet gebruiken.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Onderhoud
- Reparatie
- Een proefrit door een klant
In bepaalde situaties mag de bijtelling toch gebaseerd blijven op de vaste auto.
Voorwaarden voor gebruik van een vervangende auto
Dit is alleen toegestaan wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- De vaste auto kan om zakelijke redenen niet worden gebruikt.
- De vervangende auto wordt maximaal 15 dagen per kalenderjaar gebruikt.
- De vervangende auto wordt maximaal 5 aaneengesloten dagen gebruikt.
- De gegevens van de vervangende auto worden vastgelegd in de loonadministratie.
Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet de bijtelling worden berekend op basis van de cataloguswaarde van de vervangende auto.
Samenvatting
Voor medewerkers van autobedrijven gelden bijzondere regels voor de bijtelling. Omdat regelmatig van voertuig wordt gewisseld, zijn er afspraken gemaakt over de manier waarop de bijtelling wordt berekend en gecontroleerd. Daarnaast kan onder voorwaarden worden gewerkt met een vaste auto of een tijdelijke vervangende auto.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling en loonheffingen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Zijn deze kilometers zakelijk of privé? Wanneer je een auto van de zaak gebruikt voor andere werkzaamheden dan waarvoor de auto ter beschikking is gesteld, worden deze kilometers in principe beschouwd als privékilometers.
Daardoor kunnen deze kilometers meetellen voor de beoordeling van de 500-kilometergrens en de eventuele bijtelling.
In sommige situaties bestaan er echter fiscale regelingen waarmee je alsnog een vergoeding of aftrek kunt krijgen.
Gebruik voor een tweede baan
Heb je een auto van de zaak van werkgever A en gebruik je deze auto ook voor werkzaamheden bij werkgever B?
Dan kan werkgever B voor de zakelijke kilometers een onbelaste kilometervergoeding verstrekken.
In 2026 bedraagt deze vergoeding maximaal:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer eveneens als zakelijk verkeer beschouwd.
Gebruik voor een eigen onderneming
Sommige werknemers gebruiken hun auto van de zaak daarnaast ook voor werkzaamheden binnen een eigen onderneming.
Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die naast zijn dienstverband actief is als zzp'er.
In dat geval mag voor de zakelijke kilometers binnen de onderneming een bedrag van maximaal:
- € 0,23 per kilometer
ten laste van de winst worden gebracht.
Gebruik voor vrijwilligerswerk of een goed doel
Ook vrijwilligerswerk kan fiscale gevolgen hebben.
Gebruik je een auto van de zaak voor werkzaamheden voor een algemeen nut beogende instelling (ANBI), dan kan onder voorwaarden een fiscale aftrek mogelijk zijn.
Kilometervergoeding omzetten in een gift
Dit is alleen mogelijk wanneer:
- De organisatie een kilometervergoeding had mogen uitkeren;
- Je afziet van deze vergoeding;
- De organisatie kwalificeert als ANBI.
De niet-geclaimde vergoeding van maximaal € 0,23 per kilometer kan dan worden aangemerkt als een gift aan de betreffende instelling.
Let op de gevolgen voor de bijtelling
Hoewel voor bepaalde werkzaamheden een vergoeding of aftrek mogelijk kan zijn, blijven deze kilometers voor de auto van de zaak in principe privékilometers.
Het is daarom belangrijk om goed bij te houden hoeveel kilometers voor andere werkzaamheden worden gereden.
Hiermee voorkom je verrassingen wanneer wordt beoordeeld of sprake is van meer dan 500 privékilometers per jaar.
Samenvatting
Gebruik je een auto van de zaak voor een tweede baan, een eigen onderneming of vrijwilligerswerk, dan worden deze kilometers meestal als privékilometers aangemerkt. Afhankelijk van de situatie kan wel een onbelaste kilometervergoeding of fiscale aftrek mogelijk zijn. Het blijft belangrijk om rekening te houden met de gevolgen voor de bijtelling.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling, kilometervergoedingen en giftenaftrek kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Zijn ritten met een wachtdienstauto zakelijk of privé? Bij een wachtdienstauto bepaalt het doel van de rit of sprake is van zakelijke of privékilometers.
Gebruik je de auto voor een privédoel, bijvoorbeeld een familiebezoek of een privéafspraak, dan worden deze kilometers in principe aangemerkt als privékilometers.
Word je tijdens zo'n bezoek opgeroepen voor werkzaamheden, dan verandert het karakter van de rit vanaf dat moment.
De kilometers die worden gereden om de werkzaamheden uit te voeren, worden dan als zakelijke kilometers beschouwd.
De eerder gereden kilometers naar de privébestemming blijven echter privékilometers.
Omrijden naar een privébestemming
Ook wanneer je na een zakelijke rit doorrijdt naar een privébestemming kunnen privékilometers ontstaan.
Rijd je bijvoorbeeld na een zakelijke afspraak niet rechtstreeks naar huis, maar eerst naar familie of vrienden, dan geldt de extra afstand als privégebruik.
Deze zogenoemde omrijkilometers tellen mee als privékilometers.
De bijzondere wachtdienstregeling
Voor werknemers met wachtdiensten bestaat onder voorwaarden een speciale regeling.
Wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, mogen tijdens de wachtdienst alle gereden kilometers als zakelijk worden aangemerkt.
Dit geldt niet alleen voor de ritten naar werkzaamheden, maar ook voor andere ritten die tijdens de wachtdienst worden gemaakt.
Voorwaarden voor toepassing van de wachtdienstregeling
Om gebruik te mogen maken van deze regeling moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan.
Geen invloed op de keuze van de auto
De werknemer mag geen invloed hebben gehad op de keuze van de auto die voor de wachtdienst beschikbaar wordt gesteld.
Beschikken over een privéauto
De werknemer moet daarnaast beschikken over een privéauto die minimaal even geschikt is voor privégebruik als de wachtdienstauto.
Binnen redelijke afstand blijven
Tijdens de wachtdienst moet de werknemer binnen een redelijke afstand van de woonplaats blijven om snel inzetbaar te zijn.
Registratie van werkzaamheden
De werknemer moet bijhouden:
- Hoeveel kilometers tijdens de wachtdienst worden gereden;
- Hoe vaak een oproep plaatsvindt;
- Op welke locaties werkzaamheden zijn uitgevoerd.
Waarom is een goede registratie belangrijk?
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de wachtdienstregeling, moet kunnen worden aangetoond dat aan alle voorwaarden is voldaan.
Een goede administratie helpt om bij een eventuele controle van de Belastingdienst duidelijk te maken dat de regeling terecht is toegepast.
Samenvatting
Bij een wachtdienstauto bepaalt het doel van de rit of sprake is van zakelijke of privékilometers. Voor werknemers met wachtdiensten bestaat onder voorwaarden een speciale regeling waarbij alle gereden kilometers als zakelijk kunnen worden aangemerkt. Een goede registratie van kilometers en oproepen blijft daarbij belangrijk.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom bijtelling, kilometerregistratie en wachtdiensten kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Mag een werkgever een vaste reiskostenvergoeding geven?
Ja.
Een werkgever mag een onbelaste reiskostenvergoeding verstrekken voor zakelijke kilometers die met een privéauto worden gereden.
Hieronder valt ook het woon-werkverkeer.
In 2026 bedraagt de maximale onbelaste vergoeding:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Verschillende kilometervergoedingen combineren
Soms ontvangt een werknemer voor bepaalde ritten een lagere vergoeding en voor andere ritten een hogere vergoeding.
Dit is toegestaan wanneer gemiddeld niet meer wordt vergoed dan:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Deze regeling wordt ook wel de salderingsregeling genoemd.
Schriftelijke vastlegging
Om van deze regeling gebruik te maken, moet schriftelijk zijn vastgelegd dat de salderingsregeling wordt toegepast.
Normaal gesproken op basis van declaraties
Een onbelaste kilometervergoeding wordt in principe verstrekt op basis van daadwerkelijk gereden kilometers.
Dat betekent dat werknemers moeten kunnen aantonen:
- Wanneer zij hebben gereisd;
- Hoeveel zakelijke kilometers zijn gereden;
- Op welke dagen woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden.
Op vrije dagen, vakantiedagen en ziektedagen bestaat normaal gesproken geen recht op een kilometervergoeding.
Wanneer is een vaste vergoeding mogelijk?
Om administratieve lasten te beperken mag een werkgever onder voorwaarden een vaste onbelaste reiskostenvergoeding verstrekken.
Dit is mogelijk wanneer een werknemer doorgaans naar één of meer vaste arbeidsplaatsen reist.
Voor de berekening wordt vaak uitgegaan van:
- 214 werkdagen per jaar
Berekening van de vaste vergoeding
De vaste vergoeding kan op jaarbasis worden berekend met de volgende formule:
214 werkdagen × € 0,23 × totale reisafstand per dag
De jaarlijkse uitkomst kan vervolgens worden verdeeld over twaalf maanden of tweeënvijftig weken.
Voorbeeldberekening
Voorbeeld
Annemarie reist dagelijks met haar privéauto naar haar werk.
De afstand tussen haar woning en werk bedraagt:
30 kilometer enkele reis
De dagelijkse reisafstand bedraagt daarom:
60 kilometer retour
De maximale jaarlijkse vergoeding bedraagt:
214 × 60 × € 0,23 = € 2.953,20
Per maand mag de werkgever dan een vaste onbelaste vergoeding geven van:
- € 246,10
Werknemers in deeltijd
Voor werknemers die parttime werken geldt een evenredig deel van de 214 werkdagen.
De maximale vaste vergoeding wordt dan naar verhouding berekend.
Wanneer geldt een vaste arbeidsplaats?
Een werknemer wordt geacht naar een vaste arbeidsplaats te reizen wanneer hij of zij deze locatie naar verwachting:
- Minimaal 36 weken per jaar bezoekt; of
- Ten minste 128 dagen per kalenderjaar bezoekt.
Wanneer is nacalculatie verplicht?
In sommige situaties moet de werkgever achteraf controleren of de vaste vergoeding nog juist is.
Dit wordt ook wel nacalculatie genoemd.
Nacalculatie is onder meer verplicht bij:
- Minder frequente reispatronen;
- Langdurige afwezigheid;
- Grote wijzigingen in het reisgedrag;
- Een woon-werkafstand van meer dan 75 kilometer enkele reis.
Langdurige ziekte of afwezigheid
Bij een verwachte afwezigheid van meer dan zes weken, bijvoorbeeld door ziekte, mag de vaste vergoeding nog worden doorbetaald gedurende:
- De lopende maand;
- De eerstvolgende kalendermaand.
Daarna moet de vergoeding worden stopgezet.
De vergoeding mag weer worden hervat vanaf de maand nadat de werknemer is teruggekeerd op het werk.
Geen vergoeding ontvangen?
Ontvang je geen reiskostenvergoeding van jouw werkgever voor zakelijke ritten met een privéauto?
Dan kun je deze kosten als werknemer meestal niet zelf aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting.
Let op bij thuiswerken
Voor woon-werkverkeer geldt een belangrijke uitzondering.
Een werkgever mag voor dezelfde dag niet zowel:
- Een onbelaste thuiswerkvergoeding;
- Een onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer
verstrekken.
Voor andere zakelijke ritten kan wel gewoon een kilometervergoeding worden gegeven.
Samenvatting
Een werkgever mag een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven voor het gebruik van een privéauto. Daarbij geldt een maximum van € 0,23 per zakelijke kilometer. Onder voorwaarden mag deze vergoeding vooraf worden berekend op basis van een vast reispatroon, waardoor niet iedere rit afzonderlijk hoeft te worden gedeclareerd.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom reiskostenvergoedingen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Mag een werkgever een verkeersboete onbelast vergoeden?
Nee.
Een werkgever mag een verkeersboete van een werknemer niet onbelast vergoeden.
Dit geldt ongeacht:
- Of de werknemer rijdt in een auto van de zaak;
- Of de werknemer rijdt in een privéauto;
- Of de overtreding bewust of onbewust is gemaakt.
- Ook een kleine snelheidsovertreding valt onder deze regel.
Wat als de boete op naam van de werkgever staat?
Bij auto's van de zaak wordt een verkeersboete vaak opgelegd aan de kentekenhouder.
Dat is meestal de werkgever.
Wanneer de werkgever de boete betaalt en deze niet verhaalt op de werknemer, ontstaat voor de werknemer een belast voordeel.
Over dit voordeel moet loonbelasting worden afgedragen.
Verhalen op de werknemer
De eenvoudigste oplossing is vaak om de verkeersboete door te belasten aan de werknemer die de overtreding heeft begaan.
In dat geval ontstaat geen belast loon en hoeft geen aanvullende loonbelasting te worden betaald.
Wat gebeurt er als de werkgever de boete betaalt?
Wanneer de werkgever besluit de boete voor eigen rekening te nemen, wordt dit gezien als loon voor de werknemer.
De werkgever moet hierover loonbelasting afdragen.
Wat is brutering?
Wanneer de werkgever niet alleen de boete betaalt, maar ook de verschuldigde loonbelasting voor zijn rekening neemt, moet worden gewerkt met een brutering.
Dit betekent dat niet alleen belasting wordt betaald over de boete zelf, maar ook over het extra voordeel dat ontstaat doordat de werknemer de belasting niet hoeft te betalen.
Hierdoor vallen de totale kosten voor de werkgever vaak hoger uit dan het oorspronkelijke boetebedrag.
Verkeersboetes en de werkkostenregeling
Onder voorwaarden kan een werkgever ervoor kiezen om een verkeersboete onder te brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).
Wanneer voldoende vrije ruimte beschikbaar is, hoeft de vergoeding niet rechtstreeks bij de werknemer als loon te worden belast.
Of dit verstandig is, hangt af van de beschikbare vrije ruimte en de fiscale situatie van de werkgever.
Samenvatting
Een verkeersboete mag niet onbelast aan een werknemer worden vergoed. Wanneer een werkgever een verkeersboete betaalt en deze niet verhaalt op de werknemer, ontstaat in principe belast loon. In sommige gevallen kan de werkkostenregeling een oplossing bieden.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom loonbelasting en de werkkostenregeling kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026
Wat is de werkkostenregeling? Werkgevers kunnen vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers onderbrengen binnen de werkkostenregeling (WKR).
Binnen deze regeling geldt een vrije ruimte waarover geen loonbelasting hoeft te worden betaald.
In 2026 bedraagt deze vrije ruimte:
- 2,00% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom;
- 1,18% over het deel van de loonsom boven € 400.000.
Wordt de vrije ruimte overschreden, dan betaalt de werkgever in principe een eindheffing van 80%.
Parkeerkosten bij een auto van de zaak
Parkeerkosten die een werknemer maakt met een auto van de zaak zijn meestal onbelast te vergoeden.
Deze kosten worden doorgaans aangemerkt als intermediaire kosten.
Dat zijn kosten die een werknemer voorschiet namens de werkgever.
De vergoeding van deze parkeerkosten valt daardoor normaal gesproken niet ten laste van de vrije ruimte.
Parkeren bij de woning van de werknemer
Voor parkeerkosten bij de woning van de werknemer gelden aanvullende voorwaarden.
Een parkeervergunning kan alleen als intermediaire kosten worden aangemerkt wanneer:
- De vergunning kentekengebonden is;
- De vergunning betrekking heeft op een auto van de zaak.
In andere situaties kunnen andere fiscale regels gelden.
Parkeerkosten bij een privéauto
Gebruikt een werknemer een privéauto voor zakelijke ritten, dan mag de werkgever hiervoor een onbelaste kilometervergoeding verstrekken.
In 2026 bedraagt deze vergoeding maximaal:
- € 0,23 per zakelijke kilometer
Deze vergoeding wordt geacht alle autokosten te dekken.
Wat als ook parkeerkosten worden vergoed?
Wanneer naast de kilometervergoeding ook afzonderlijk parkeerkosten worden vergoed, kan dit fiscale gevolgen hebben.
Wordt hierdoor gemiddeld meer vergoed dan € 0,23 per zakelijke kilometer, dan kan het meerdere belast zijn.
De werkgever kan er in sommige situaties voor kiezen om deze vergoeding onder te brengen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
Parkeren bij de werkplek
Voor werknemers die met een privéauto naar het werk komen, geldt een aparte regeling.
Het ter beschikking stellen van parkeergelegenheid bij de werkplek is onder voorwaarden onbelast.
Voorwaarden
Deze vrijstelling geldt alleen wanneer:
- De parkeergelegenheid onder verantwoordelijkheid van de werkgever valt;
- De werknemer de auto voor zakelijke doeleinden gebruikt.
Sinds oktober 2025 hanteert de Belastingdienst hierbij een strengere uitleg van deze vrijstelling.
Waarom is onderscheid belangrijk?
Voor de fiscale behandeling maakt het verschil of sprake is van:
- Een auto van de zaak;
- Een privéauto;
- Een parkeervergunning;
- Een losse parkeervergoeding.
De fiscale gevolgen kunnen daardoor per situatie verschillen.
Samenvatting
Parkeerkosten voor een auto van de zaak kunnen vaak onbelast worden vergoed omdat zij worden gezien als intermediaire kosten. Bij een privéauto gelden andere regels en speelt de maximale kilometervergoeding van € 0,23 per kilometer een belangrijke rol. Daarnaast kunnen parkeerkosten onder voorwaarden binnen de werkkostenregeling worden verwerkt.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is met zorg samengesteld. Wet- en regelgeving rondom de werkkostenregeling en parkeervergoedingen kan wijzigen. Neem voor advies over jouw persoonlijke situatie altijd contact op met een boekhouder, accountant of fiscaal adviseur.
Laatst bijgewerkt: 2026